De Gentse afdeling van de B16′ers wordt opgejaagd als waren het rasechte ketters. Blijkbaar zijn de mannen van de inquisitie achter een oud adres gekomen van deze Beaseize-discipel. Gekend en geroemd voor hun absolute nuance hebben ze besloten om dat huis eenvoudigweg in brand te steken. Een bron van gedachten, de Poalinck, is niet meer. Ai ai ai.

Teerbeminde kennissen, wees uiterst waakzaam en voorzichtig indien u contact wenst.

RIP Beaseize

oktober 6, 2009

Beaseize is dood, leve Beaseize of hoe gaat dat fijne gezegde ook alweer.

Een klein jaar na de statige en plechtige Beaseize-intrede, is deze zeer vemeldenswaardige orde opnieuw opgegeven edoch niet zonder het woord te verspreiden. De heilige constellatie der drie heeft na lang beraad geopteerd om, als vrome kerkgangers, zich te vermenigvuldigen en de waarheid te verkondigen. Op die manier slaagt de orde erin om naambekendheid te verwerven.

Twee onder ons hebben nieuwe oorden opgezocht. De ene doet tegenwoordig aan integratie en brengt een native, afkomstig van het platteland, de basis bij over hoe je in een stad leeft. De andere zet een stap in de duistere wereld en doet aan ‘West-Vlaamse’ ontwikkelingshulp in het veraf gelegen Gent. Als soort van laatste strohalm biedt hij twee verstoten provinciegenoten onderdak aan in een groezelig kot gelegen aan brak water.

Een organisatie kan natuurlijk niet overleven zonder een duidelijke wieg. Als een echte moeder-overste blijft de derde beaseizer de boodschap brengen vanuit de oerwieg der beaseizers… Ze wordt hier in bijgestaan door een reeds overhaalde, nieuwe beaseizer.

We blijven jullie op de hoogte houden van de doldwaze, roekeloze en ongelooflijke avonturen der geëxporteerde B16-ers, maar vergeef ons periodes van stilte… Onze missie vergt al onze energie!

Rue de Juliers

maart 7, 2009

Onderzoekers worden, in onze wereld, nog steeds als een elite gezien. Een wereldbeeld dat eigenlijk gewoon  ontsproten is aan de geest van één man, die zijn beroep moest verdedigen tegenover zijn medemens. Waarom droeg hij niets concreets bij aan de Atheense maatschappij, vroegen zijn vrienden. Wel, vond Aristoteles, omdat filosoferen het moeilijkste, en daarom het hoogste is wat een mens kan doen. Zijn medemensen pikten het, en Aristoteles had geluk, want in het Oosten pikten ze het eeuwen later ook. Zodanig dat ze het zelfs neerschreven en bewaarden. Filosoferen was terzelfdertijd in het Westen dan wel niet uit de mode, het was toch niet zo gefundeerd. Tot Godfried besloot dat er aan de andere kant van de Middellandse Zee ook wel iets te veroveren viel. En meteen snapte ook de hele Westerse wereld waarom filosofie het hoogste goed was, en onderzoekers dus wel degelijk mensen waren die gerespecteerd moesten worden. Zij deden namelijk moeilijke dingen.

Mensen beschouwen mij wel es als bij die elite horen. Werken aan de universiteit en onderzoek doen, lokt vaak vreemde reacties uit. ‘Geschiedenis? Waw, weet jij dan wanneer…’ en hupla, dan moet een mens weer met jaartallen goochelen. ‘Aan den unief?! Amai, ge moogt nu niet beledigd zijn hé, maar voor een assistente geschiedenis kun jij nog wel goed dansen…’ Ik was niet beledigd (integendeel, mooi compliment, dat moet ik wel toegeven) maar steevast blijf ik mij afvragen wát mensen zich dan wel voorstellen bij onderzoekers. Zuurpruimen? Wereldvreemdelingen? Work-a-holics? Boekenwurmen? Maar waarom dan die bewonderende ondertoon bij het woord ‘doctoraat’, wanneer het beeld van zo’n mensen eigenlijk helemaal niet zo positief is?

Het leven van een doctorandus is nochtans zeer eenvoudig. Het is onderricht voor het vinden van vreugde in piepkleine dingen.

Rue de Juliers, einde 19de eeuw: een straat 'bezet' door Belgische migranten

Rue de Juliers, einde 19de eeuw: een straat 'bezet' door Belgische migranten

Om acht uur stond ik op het perron, trein richting Rijsel, vol gepakt richting ADN (Archives Départementales du Nord, voor de onwetenden). Aankomst negen uur, ik zet mij in de leeszaal, bekijk registers, inventarissen, documenten uit de negentiende eeuw, publicaties uit de twintigste eeuw. Ik amuseer mij wel, ik hou van het vastnemen van oude papieren (maar ik haat het stof!), het ontcijferen van politiehandschriften, het volgen van rechtszaken en mij voorstellen wat er allemaal is gebeurd dat niet wordt beschreven.

Wanneer ik opkijk, zit de leeszaal vol met lieve oude dametjes en heren, de meesten op zoek naar hun voorouders in oude, stoffige registers. Door het dolle heen als ze eindelijk weten met wie hun betovergrootvader getrouwd was, en waar die vrouw geboren was. Veel verschil is er natuurlijk met de historische sensatie die ik ervaar wanneer ik een politierapport lees over de moeilijke integratie van Belgen in Noord-Frankrijk.

Rue de Juliers, daar woonden ze allemaal. Een echte migrantenstraat, midden Wazemmes. De wijk verdiende er de naam Petit Belgique aan, omdat alle pas gearriveerde Belgen er samen hokten in veel te kleine huisjes en steegjes. Je hoorde er enkel Vlaams, je zag er Vlaams op de vitrines. Een Fransman voelde er zich in het buitenland.

Rue Jules Guesde, vroeger Rue de Juliers, op een zeer prille lentedag (2009)

Rue Jules Guesde, vroeger Rue de Juliers, op een zeer prille lentedag (2009)

’s Middags ga ik op zoek. Rue de Juliers is tegenwoordig Rue Jules Guesde, de migrantenstraat bij uitstek in de Rijselse wijk Wazemmes. Maghrebijnse theehuizen, Zuid-Oost-Aziatische eetgelegenheden, de nieuwste Arabische mode aan democratische prijzen. Het is middag, dus alles is gesloten (ook de restaurants…) maar iedereen staat wel buiten in de eerst lentezon. Ik waan mij … mja, ik waan mij gewoon in een migrantenstraat in de metropool Rijsel. Overal om me heen onverstaanbaar gelach, Arabisch, Frans, andere talen. Hoeveel hebben deze mensen moeten doorstaan om in die éne straat in Rijsel te kunnen gaan wonen? En waarom net díe straat, die al eeuwenlang als migrantenbuurt bekend staat? Ik wandel voorbij, ik kijk rond, ik geniet. De wereld aan mijn achterdeur.

Rue d’Iéna voert mij terug naar de archieven, waar het echte werk wacht. Een wereldvreemde leeszaal, met sporen van vroeger op de tafels, verbleekte inkt die in praktische onleesbare letters beschrijft hoe de relatie tussen de inwoners en de nieuwkomers verloopt. Waar de nieuwkomers werken. Welke handelszaken ze openen. En hoe ze samenhokken. Om uiteindelijk zó onzichtbaar te worden in de samenleving, dat ze anderhalve eeuw later moeten onderzocht worden door de zogezegde elite van de maatschappij. Een noodzakelijk project als we het geheugen van de mensheid niet verloren willen doen gaan.

Wedden dat het de migranten van nu net zo vergaat?

Het leven van een doctorandus geschiedenis is heel eenvoudig. Het is verbanden zien tussen dode letter en drukke straten. Het is trachten te begrijpen met welke moeilijkheden de mensen kampen. Weten dat ze niet alleen of de eerste zijn. En tegelijk niet denken dat de wereld geen handje hulp nodig heeft.

Teamspirit

maart 4, 2009

Het komt wel vaker voor in arbeidsmiddens, dat de groep niet zo goed aan elkaar hangt. Elke manager in hart en nieren wil daar iets aan doen: personeel die elkaar graag mag, werkt beter.

Het komt even vaak voor in arbeidsmiddens, dat de mensen elkaar zeer graag mogen. Msn’en, Facebook’en, te lang babbelen bij de koffie zijn niet vreemd aan mensen in een dergelijke omgeving. Ideeën om de teamgeest te verbeteren en daarmee de sfeer nog méér te bevorderen, ook niet.

Geen flauw idee onder welke van de twee het arbeidsmilieu van de nobele huisgenoot F. valt, maar in elk geval heeft het als gevolg dat de man er tegenwoordig overal uberveilig bijloopt. Hij fietst met een fluogeel vestje naar het werk, gaat eten in een fluogeel vestje, deed daarnet de deur open met een fluogeel vestje.

“Het zijn die momenten die verraderlijk zijn!” is de nuchtere commentaar.

Zoals iedereen weet, beschermen fluogele vestjes deelnemers aan Gotchaspelletjes – van die ’schiet je medepersoneelslid op een onverwacht moment dood’-spelletjes – tegen de tegenstanders die hen naar de verdoemenis willen helpen. Gelukkig niet in het echt, want dat zou de groepsgeest dan weer niet echt bevorderen. En daar draaien zo’n spelletjes uiteindelijk om.

Wie langst overleeft, wint het spel en de eer. En misschien nog iets, dat is mogelijk. Tot het moment hij dood is, leeft onze huisgenoot met een fluogeel vestje. We melden u wel wanneer het zover is.

ELLO mobile

februari 25, 2009

pi_promo_banner_04

HYPNOSE HYPNOSE HYPNOSE HYPNOSE

Word nu allemaal abonnee bij Ello Mobile!

U WORDT TERUG WAKKER en surft naar www.ello-mobile.be ;-)

(of klik gewoon op de banner…)

Reclame

februari 24, 2009

Reclame. U kent het wel, die momenten tussen het programma die soms enerverend zijn, maar soms ook vrij hilarisch. Sinds er, door  toedoen van onze eerbare Bea16-bewoner F., een waar House-gevoel bestaat, is er ook het concept ‘Reclame oep zun Beasèzes’…

Gaat U mee in de luie zetel zitten. Als u kijkt naar een serie die overgewaaid is uit dat grote, verre en vreemde land aan de andere kant van de Atlatische Oceaan, kent U ongetwijfeld het bestaan van de ‘zwarte gaten’. Blijkbaar worden onze Noord-Atlantische tegenvoeters nog meer bestookt met die dekselse reclamen dan dat ze hier al doen. Het ietwat irritante gevolg zijn de hierboven vermelde zwarte gaten.

Om enigszins dit ‘ambetante-zwarte-gaten’-gevoel te ventileren, moet ik bij elk zwart gat dat dan uiteindelijk geen reclame blijkt te zijn, toch volmondig en luidkeels ‘REKLAAM’ poneren in de ruimte die we living noemen. Dus lieve buren als u tot vervelens toe geconfronteerd wordt met onvermoede mondelinge ‘Reklaam’. Gelieve het me niet al te kwalijk te nemen. Het is voor mijn eigen mentale bestwil…

Tulpen-time

februari 15, 2009

Een beetje fleur in het leven, en in een groen-met gele huiskamer…

Een boeketje fleurt je dag

Een boeketje fleurt je dag

Zloty’s en Studenten

februari 8, 2009

25 ben ik tegenwoordig al, en wanneer ik soms bedenk dat dat eigenlijk behoorlijk oud is, is er altijd wel een ouder persoon in de buurt om mij even met mijn voeten terug op de grond te zetten. “25? Poeh! Je hebt nog een heel leven voor de boeg!” Ok, toegegeven, een kwart-eeuw is niet bepaald een zéér imponerende leeftijd als je er zelf al meer dan het dubbel telt. Maar ik blijf er bij, ik ben niet meer van de jongste. Het uit zich in al zijn subtiliteiten.

Het was tijdens de studentenreis van de geschiedeniskring van de universiteit. Een dertigtal studenten hadden ‘begeleiding’ nodig, en tegenwoordig word ik al geacht de verantwoordelijke leeftijd bereikt te hebben. Begeleiding kwam mij dus toe – gelukkig enkel in naam, want studenten kunnen voor zichzelf zorgen. Krakau was de bestemming, 19 uur bussen de manier om er te geraken. Geen gejoel, geen gejuich, geen gekwetter ’s nachts – deze studenten waren ongewoon stilletjes. Maar ze waren waarschijnlijk gewoon moe – we vertrokken dan ook om drie uur ’s nachts.

Vijfentwintig jongens en vijf meisjes – of iets in die aard. Een mens zou denken dat het kot (of in dit geval, de jeugdherberg) wel es op stelten zou kunnen staan. Krakau voorziet genoeg bars en cafés, clubs en alcoholisch vocht aan democratische prijzen om een dergelijk feestje te doen slagen. Jammer van de leeftijdsgrens bij momenten (21 voor jongens), maar dat zou de pret niet mogen drukken – er zijn toch genoeg gelegenheden om u ladderzat te drinken? Mijn oude geest denk in een dergelijk patroon – omdat we het allemaal zelf meegemaakt hebben (merk het verschil met: gedaan hebben…) Denk ik toch, maar de haarscherpe herinneringen zijn ondertussen al allemaal wat vervaagd…

Deze generatie hield het echter netjes bij pokeren in een Krakause jeugdherberg. Gelukkig voor échte zloty’s (vijf! toch wel echt 1,25 euro!) om het toch nog een beetje geloofwaardig te houden. Om twee uur zaten de pokeraars opgeruimd en netjes in de bedstee. De kamerdeur werd dicht en op slot gedaan nadat de groep die ‘tot twee uur iets was gaan drinken’ zich bij de rest had gevoegd. De ene zware jongen – die uitging tot drie en wegens gebrek aan medestudenten zich het gezelschap van Hollanders had moeten laten welgevallen – kon onmogelijk zijn bed bereiken en crashte vrolijk in de zetel. Iemand wakker kloppen was niet in hem opgekomen – en waarschijnlijk was het ook meteen afgestraft geweest. Wie zwaar wil zijn, moet bereid zijn all the way te gaan.

Ooit waren er andere tijden, toen de studenten uitgingen tot zes en om zeven werden verwacht aan het ontbijt. Maar tijden veranderen. Studenten worden mondiger naar het schijnt. Blijkbaar worden ze vooral ook softer. Als negentienjarige jongen zonder schroom toegeven dat je bang bent in het donker. Doe het hem maar na, denk ik dan. Ik geef het nog altijd niet toe, ondanks de wijsheid die met ouderdom gepaard gaat.

Een mens voelt zich oud, op zo’n momenten. Ook al zijn er gemeenschappelijke punten, zoals Facebook, MSN (blijkbaar nog niet helemaal passé), Skype, geschiedenis, Mexicaans en papers, wereldproblemen, Birkenau, en reizen – toch word je na een gezellig gesprek geconfronteerd met de naakte statistische feiten en het bijhorende levensbeeld. “En,” zei hij ongedwongen, “Hoe oud ben jij?” “25″, antwoordde ik. “Aha”, antwoordde hij, “ik ben er al 20. Wij gaan de wereld veranderen.”

Ik denk dat ik meedoe.

Vandaag gaan we in een aantal stappen leren hoe men een heerlijk Blitzbezoek aan Frankrijk kan bereiden.
Dit recept is enkel te bereiden in wintertijd, als de wegen gladdig liggen en mist het land teistert.

Benodigdheden:

- 2 Beaseizenaren: 1 ervan moet een vliegtuig halen in Brussels South Charleroi.  De ander is een bereidwillige chauffeur, maar met een lichte neiging tot afgeleid zijn

- 1 auto

- 1 werkende GPS

Bereiding:

- Men neme de2 Beaseizenaren en zet beiden in de auto.  Belangrijk! Zet de bereidwillige chauffeur achter het stuur en het vliegtuighalende ingredient op de passagierszetel.

- Installeer de GPS in de auto.  Leg de route vast.  Schakel vooral het geluid van de GPS uit!

- Stuur de Beaseizenaren op weg.  Laat de bereidwillige chauffeur de aanwijzingen van de GPS een aantal keer negeren in het doorgaan.  Hij weet het immers beter, want de bordjes langs de weg geven een andere route aan.

- Na enige tijd kunnen we de vliegtuighalende Beaseizenaar afgieten ter hoogte van Charleroi.  Laat beiden afscheid nemen van elkaar en elkaar een behouden reis wensen.

- Leidt de chauffeur naar de betaalautomaat zodanig dat hij de parking kan verlaten.

- Laat hem daar een gesprek aanknopen met een aantal Nederlanders die hem zot verklaren omdat hij geen jas aanheeft in deze koude. Laat hem daarbij denken:  “voor die paar minuten in de koude vind ik het niet de moeite om een jas aan te trekken zu.  Trouwens ik vind je persoonlijk een grote bemoeial.  Enkel mijn mama mag zo een dingen zeggen.”  Let er vooral goed op dat hij dit niet luidop uitspreekt.  Uw gerecht zou kunnen gaan schiften en eertijds in het ziekenhuis belanden.

- Stuur de chauffeur via de omgekeerde weg terug naar huis.  Zorg er voor dat het ondertussen hard begint te misten.

- Zorg ervoor dat de chauffeur zich vooral concentreert op de weg en de neiging heeft om zijn voorligger te volgen.

- Heel belangrijk is dat hij niet al te veel op zijn GPS kijkt langs waar hij moet rijden, maar een blindelings vertrouwen heeft in de volgorde van steden passeren. Charleroi ,Mons, Tournai, thuis.

- Een cruciaal moment is aan de laatste afrit voorbij Mons waar iemand normaal gezien de autostrade richting Tournai oprijdt.  Laat hem net iets te lang wachten met op zijn GPS te kijken.

- Net wanneer hij aan de afrit passeert, laat je hem op zijn GPS kijken en laat hem denken: “Tiens ik moest er hier waarschijnlijk af.”

- Uw ingredient heeft geen andere keuze dan door te rijden tot de volgende afrit en daar te draaien.

- Op dit moment is uw gerecht geslaagd: De volgende afrit bevindt zich in Frankrijk.

- Proficiat uw Blitsbezoek aan Frankrijk is geslaagd. Gevolg: ongeveer 15 minuten omweg in een mistig, donker land zonder straatverlichting.

Met vriendelijke groeten,

Frezus.

Een mens doet soms dingen in zijn leven waar hij niet zo goed van kan bepalen waarom hij ze juist doet. Is het een drang? Een roeping? Stemmen van buitenaf die hem opleggen het te doen?
Niemand weet het, maar ondertussen zijn er wel veel mensen die de meeste rare dingen verzamelen, omwille van een knikkerbaan verhuizen naar een grotere woning, hun vrije dagen opofferen om een netwerk van speelgoedtreintjes in goede banen te leiden…

Wel net zoiets overkomt mij: ik kan het niet laten om naar slechte films te kijken en, tot grote frustratie van sommige huisgenoten, die films dan ook nog helemaal uit te kijken.
Maar misschien moet ik dit alles eerst kaderen.  Begin september zijn we de machtige burcht beaseize binnengetrokken.  Als kinderen van onze tijd konden we natuurlijk moeilijk weerstaan aan de lokroep van het wereld wijde web.  Een internetverbinding werd dus aangevraagd, maar wonder boven wonder: bovenop onze besurfbare bandbreedte kregen we nog aangeboden: een vaste telefoonlijn, een digibox om een jaar lang naar tv te kunnen kijken en (hier komt het grote addertje) een maand lang gratis prime.

Even kaderen wat prime is: dat is een soort videotheek waar je films kan huren via je digibox en voor ons was dit de eerste maand gratis. En als iets gratis is, zou je maar stom moeten zijn om het niet te gebruiken.  Zeg nu zelf: als je vanuit uw luie zetel (in die tijd was het nog een stoel tussen het afgetrokken behang of schildergerief) een film kan huren helemaal gratis voor niets.  Je zou toch echt niet meer twijfelen.
Een groot nadeel: het grote gros van de aangeboden films is van een eerder verdacht allure.  Een aantal grote kleppers worden gebruikt om mensen te verleiden prime in huis te halen, maar voor de rest is het maar een mager aanbod.  Eenmaal je de grote kleppers gezien hebt (en de meeste heb je ook al gezien tegen dat ze op prime komen), moet je je pap koelen met de iets mindere film uit het aanbod en dat doe je dan ook.  Het is gratis!!
Na die maand prime zou je denken, dat gaat wel over.  Maar eigenlijk is televisie niet zo veel beter.  Op zaterdag worden alle kaskrakers tegelijk op de verschillende zenders uitgezonden, maar de rest van de week is het weer dezelfde triestige bedoening als anders.
Gevolg: op een avond heb je zin in een filmpke, dan moet je maar het genoegen nemen van een slechte film te bekijken.

Nu zullen veel mensen zich afvragen.  Als je weet dat een film slecht is, waarom begin je er in godsnaam naar te kijken?  Wel zeer eenvoudig, meestal weet je niet hoe slecht een film is op voorhand. Vanuit een korte beschrijving of filmtitel kan je onmogelijk weten of een film goed is of slecht.  Je moet kijken om het te weten.

Het meest bizarre blijft voor de meeste mensen waarom iemand blijft kijken naar een film die slecht is.  Vaak (eigenlijk bijna altijd) kan je na de eerste 5 minuten van een film al zeggen of het een pareltje of een draak zal worden. De meeste mensen hebben dan de neiging om de film stop te zetten en iets anders te kijken of doen.  Ik dus niet.

Waarom? Een heel aantal verklaringen dringen zich op:
- Ik ben soms licht autistisch van aard.  Eens er iets gepland staat, is het moeilijk voor mij om af te wijken van die planning.  Als ik dus inplan om een film te kijken en ik stop voor het einde van de film, ben ik een beetje in de war.  En dat vind ik niet leuk.
- Verzetten van zender leidt er meestal toe dat je van de ene slechte film in een andere slechte film terecht komt; met dit grote verschil: je kan totaal niet volgen, want je hebt het begin gemist.
- Soms is het ook gewoon pure leegheid.  Een zekere lethargie heeft zich dan meester van me gemaakt en ik kan gewoon niet anders dan verder kijken.
- Je weet nooit dat het beste stuk op het einde komt.  Misschien voor sommigen onbegrijpelijk, maar misschien heeft de schrijver/regisseur al zijn genialiteit opgespaard tot het einde.  Misschien komt er daar wel nog een geweldig grappig, ontroerend stuk dat zeer mooi in beeld gebracht wordt.  Je weet maar nooit en het zou eeuwige zonde zijn om juist dat stuk te missen.
- Er is ook een psychologische verklaring.  Namelijk die van de open taak spanning.  Een simpel psychologisch gegeven waarbij iemand de neiging heeft om een taak af te werken voordat hij stopt met werken.  Iedereen maakt het wel eens mee dat het tijd is om te gaan eten, te vertrekken,… maar dat je toch nog eerst uw bladzijde wil aflezen, toch nog eerst die laatste mail versturen,…  Wel hetzelfde fenomeen doet zich voor bij mij.  Eenmaal begonnen aan een film bouwt er zich een spanning op om hem toch maar helemaal te zien.
- Er speelt ook wel een zekere nieuwsgierigheid.  Ooit heeft er iemand gedacht.  Wow dit is een schitterend idee voor een film en ooit is er een producent geweest die zo zot is geweest om zijn geld in datzelfde idee te pompen.  Dan kan je toch niet anders dan nieuwsgierig zijn naar wat nu juist dat schitterende idee is en waarom het zo slecht in beeld gebracht is.

Als laatste verdediging wil ik nog inroepen: een slechte film is soms briljant in een onbedoeld genre.  Een slechte actiefilm kan een geweldige comedie zijn, een slechte drama-film kan een geweldige comedie zijn, een slechte thriller kan een geweldige comedie zijn.  Eigenlijk komt het er meestal op neer dat slechte films geweldige comedies zijn.

1 gouden raad: vermijd slechte comedies, want die zijn echt wel slecht…